Kwetsbare kinderen verdienen een stem

Zolang ik me kan herinneren, ligt mijn hart bij kinderen. Ik behaalde mijn propaedeuse Psychologie, waarbinnen ik een keuzemodule volgde over kindermishandeling. Daar werd ik geraakt door de (waargebeurde) casuïstiek die daar voorbijkwam. Ik haalde een 10 voor het openvragententamen. Toen wist ik dat ik 'mijn' onderwerp te pakken had. Ik heb me verder verdiept in de ontwikkelingspsychologie, met name gericht op de problematische ontwikkeling. Tijdens deze vakken leerde ik wat het kan betekenen als er tijdens die ontwikkeling dingen misgaan.

De drang om concreet iets te betekenen voor kinderen in een dergelijke situatie, groeide. Ik ging vrijwilligerswerk doen bij de Kindertelefoon. Daar bood ik 12 jaar lang aan duizenden kinderen een luisterend oor, die vaak in een anoniem gesprek voor het allereerst vertelden over wat ze meemaakten. De kwaliteit van de gesprekken staat bij de Kindertelefoon in een heel hoog vaandel. Ik verbond me aan die missie en trainde gedurende die jaren honderden nieuwe en ervaren vrijwilligers en werkbegeleiders, zowel op locatie als landelijk.

Om een fundament te leggen onder mijn trainersvak, volgde ik de Vakopleiding voor trainers aan de School voor Training van Karin de Galan. Daar heb ik me het ambacht van trainen verder eigen gemaakt en groeide mijn liefde voor het trainersvak. Ik had dus ook de manier gevonden om mijn inhoudelijke kennis en ervaring te delen met anderen.

Ik geloof dat we kinderen veel beter kunnen helpen als we ze de gelegenheid bieden om hun verhaal te doen en te vertellen wat zij nodig hebben om zich weer veiliger te voelen.

Bij Bartiméus heb ik intensief gewerkt met mensen met ernstige hechtingsproblematiek, voortkomend uit een verleden van kindermishandeling. Ook heb ik teams begeleid in het werken met deze mensen. In de 8 jaar die ik daar werkte, heb ik geleerd hoezeer je jezelf meeneemt in het werken met deze specifieke doelgroep, juist omdat een vertrouwensband met jou als persoon voorwaarde is om daadwerkelijk in contact te komen en samen te werken.

Ik realiseerde me meer en meer dat de sleutel in handen ligt van de professionals die met kinderen werken: zij zijn nodig om de situatie te doorbreken en om de juiste hulp op gang te krijgen. Dat is geen gemakkelijke verantwoordelijkheid: dilemma’s over onder andere de veiligheid van het kind, de ouder(s) en zichzelf spelen daarin een grote rol. Dat is begrijpelijk, want kindermishandeling is complex en vaak niet zomaar eventjes op te lossen.

Ik geloof dat je een wezenlijk verschil kunt maken als je een kind de gelegenheid geeft om zijn verhaal te doen. Ik geloof dat de meeste kinderen heel graag hun verhaal kwijt willen, maar niet durven of niet weten hoe te beginnen. Ik geloof bovendien dat we kinderen veel beter kunnen helpen als we weten hoe zij hun situatie beleven en wat zij het liefst anders zien. Ik geloof dat je kunt leren hoe je met de juiste zorgvuldigheid en professionaliteit zo’n gesprek kunt voeren, zodat meer kinderen eerder en vaker gehoord én geholpen worden. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk professionals hierbij te helpen.