Aandacht voor ‘KOPP-kinderen’

28 oktober, 2019

Kinderen van ouders met een psychische stoornis en/of verslaving hebben twee tot drie keer zoveel kans om te maken te krijgen met kindermishandeling dan gemiddeld. Zowel de problematiek van de ouders als de vormen van kindermishandeling die dat met zich mee kan brengen, lopen uiteraard enorm uiteen. Er is daarom niet één ‘recept’ te noemen voor wat deze kinderen nodig hebben.

Toch zijn er wel een aantal gemene delers die voor veel van deze kinderen gelden. Hoewel je de situatie voor deze kinderen niet altijd snel of blijvend kunt veranderen, kun je toch veel betekenen door hier (extra) aandacht aan te geven:

  • Leg uit wat er met de ouder aan de hand is. Aan kinderen wordt lang niet altijd goed uitgelegd wat de stoornis of problematiek van de ouder precies inhoudt. Wat hoort daar allemaal bij? Wat betekent dat voor het dagelijks leven van het kind? Wat betekent het voor de toekomst? Hou er rekening mee dat de vragen die kinderen hierover kunnen hebben, door de jaren heen veranderen. Eén keer uitleg geven is dus niet genoeg. Blijf het kind uitleg geven en actief ruimte geven om vragen te stellen.
  • Erken de rol van het kind. Veel van deze kinderen hebben te maken met parentificatie. Voor kinderen die lange tijd veel (zorg)taken op zich (moeten) nemen, wordt dat onderdeel van hun identiteit: dit is wat ze doen. Het is fijn als ze daarin gezien worden: wat doen ze veel belangrijks en wat doen ze dat goed.
  • Vertel dat het niet normaal is. Naast erkenning voor wat deze kinderen allemaal doen, is het belangrijk dat kinderen leren dat dit geen doorsnee situatie is. Lang niet alle kinderen die op deze manier opgroeien weten dat. Om hulp te kunnen vragen of grenzen aan te leren geven, of om ruimte te (leren) nemen om andere kwaliteiten en interesses te ontplooien, is dat echter wel nodig. Voor kinderen is het daarnaast fijn om te weten dat ze niet de enige zijn in zo’n situatie.
  • Spreek zonder oordeel. Als je uitlegt dat de situatie niet is zoals die idealiter zou moeten zijn, let er dan op dat je met je uitleg niet het kind en/of zijn ouder diskwalificeert. Geen van hen heeft om de situatie gevraagd. Zeg dus liever niet: ‘Ouders horen voor hun kinderen te zorgen en niet andersom’, omdat daarin voor het kind afkeuring kan doorklinken. Zeg liever iets als: ‘Wat lief dat je zo veel voor je moeder zorgt. Maar weet je, het is óók belangrijk dat er iemand voor jou zorgt. Dat lukt mama nu niet (altijd).’ Vervolgens kun je met het kind bekijken wie kan helpen of aan het kind uitleggen welke hulp er komt.
  • Leer kinderen en ouders met elkaar praten. Praten over de problemen en wat die betekenen voor alle partijen is voor kinderen en ouders onderling lang niet altijd gemakkelijk of vanzelfsprekend. Maar ze moeten het nu eenmaal met elkaar doen. En misschien kunnen ze elkaar meer begrijpen en ondersteunen dan ze van elkaar weten.

Als voor kinderen duidelijk is wat er met hun ouder aan de hand is en dat ze niet de enige zijn die voor hun ouder hoeven te zorgen, komt er ruimte om met kind en ouders te bekijken wat anderen (eigen netwerk en/of professionals) kunnen overnemen van het kind. Omdat de problematiek van deze ouders meestal langdurig aanwezig is, is het van belang om zulke gesprekken niet één keer, maar met regelmaat te voeren met alle gezinsleden, zowel gezamenlijk als apart van elkaar. Meer lezen over mechanismen waar KOPP-kinderen mee te maken hebben en hoe je daarover met ze in gesprek gaat? In hoofdstuk 10 van het Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling staat een uitgebreide paragraaf over dit onderwerp.

Delen:

Plaats een reactie