Dat mag ik niet vertellen

3 juni, 2019

De meeste kinderen (en ouders!) vertellen er niet uit zichzelf over als ze thuis geweld of verwaarlozing meemaken. Schaamte, schuld- en loyaliteitsgevoelens staan dit in de weg. Van ouders krijgen kinderen vaak expliciet of impliciet de boodschap dat ze er met niemand over mogen praten. Deze kinderen dragen dus vaak grote geheimen met zich mee.

Voor deze kinderen kan het erg ingewikkeld zijn als je doorvraagt op dit soort geheimen. Soms zeggen kinderen letterlijk: ‘Dat mag ik niet vertellen’, soms stralen ze het uit. Hoe kun je een kind uitnodigen of helpen beslissen om misschien toch iets te zeggen? Deze tips kunnen je daarbij helpen:

  • Dwing niet. Een kind dwingen om iets te vertellen werkt meestal averechts en kan beschadigend zijn. Soms kan het helpen om expliciet te benoemen dat een kind je niets hoeft te vertellen wat hij niet wil vertellen.
  • Benoem wat je merkt en maak contact. ‘Het lijkt of je ergens mee zit.’ ‘Ik merk dat je het moeilijk vindt om te vertellen.’ Maak vervolgens contact door daar begripvol op te reageren. Bijvoorbeeld door iets over jezelf te vertellen: ‘Ik had een tijdje geleden/ toen ik zo oud was als jij ook iets wat ik aan niemand vertelde. Ik voelde me toen best alleen en kreeg er ook buikpijn van. Heb jij dat ook?’
  • Vraag door op scenario’s. Wat gebeurt er als je het vertelt? Ben je bang dat er iets gebeurt? Wat zou het ergste zijn wat er kan gebeuren? Is dat al eens gebeurd? Bedenk goed of je het kind hierin kan geruststellen of dat je misschien juist (eerst) moet overleggen of extra maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat het kind veilig blijft nadat hij zijn geheim gedeeld heeft. 
  • Leg iets uit over geheimen. Vertel dat er een verschil is tussen leuke en nare geheimen. Dat leuke geheimpjes je vrolijk maken en prima zijn. En dat nare geheimen meestal dingen zijn waar hulp bij nodig is en die je niet in je eentje kan oplossen. Vertel ook dat je het kind graag wilt helpen. En dat heel veel mensen weleens geheimen hebben en dat het soms helpt om er toch over te praten, zodat er hulp kan komen.
  • Laat zien dat je te vertrouwen bent! Altijd en overal, keer op keer. Maak afspraken en kom ze na. Wees transparant over wat je gaat doen en waarom. En spreek met het kind af welke (kleine, onderdelen van-)geheimen je wél kunt bewaren. En doe dat vervolgens ook.

Opgroeien met geheimen is ingewikkeld. Het drukt op kinderen en kost energie. Bovendien werkt het door in het contact met anderen. In vriendschap oefenen kinderen met vertrouwen en wederkerigheid. Dat is erg lastig als je voortdurend iets te verstoppen hebt.

Je kunt de eenzaamheid van het kind verkleinen door het kind te helpen de geheimhouding te doorbreken. Maar: als het kind dat niet wil of het (nog) niet kan, respecteer dat dan. Maak hem dan eens attent op de Kindertelefoon: misschien durft hij daar wél anoniem en in vertrouwen zijn verhaal te vertellen.

Meer lezen over mechanismes die kinderen ervan weerhouden om hun verhaal te doen? In hoofdstuk 2 van het Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling kun je daar meer over lezen.

Delen:

2 gedachten over “Dat mag ik niet vertellen”

  1. Mooi artikel. En bruikbare tips. Mag ik deze er nog aan toe voegen? Wees jezelf en heb geen plaatjes, beelden of ideeen in je hoofd als je luistert en reageert. Kinderen merken direct als je authentiek bent en luistert zonder zelf er iets van te vinden. Dat opent.

    Als er nood is igv mishandeling of sexueel misbruik (want in zo’n geval breekt nood sommige wetten der eerlijkheid). Zeg dan: ‘je vader/ moeder heeft me gezegd dat je alles mag vertellen’.

    • Beste Anneke,

      Dank je voor je aanvulling. Luisteren zonder oordeel is inderdaad heel belangrijk. Net als eerlijk en oprecht zijn, zoals je aangeeft. Je laatste suggestie zou ik daarom afraden: zeg geen dingen die niet waar zijn. Dat gaat ten koste van het vertrouwen dat je juist zo zorgvuldig aan het opbouwen bent. Ik zou het liever houden bij de boodschap ‘Je mag me alles vertellen en ik zal altijd proberen om je te helpen’. Het is uiteindelijk aan het kind om (bewust of onbewust) te besluiten of hij je in vertrouwen neemt.

      Groet, Marike.

Plaats een reactie