Hoe ver ga je?

12 oktober, 2015

In gesprekken met kinderen over de nare dingen die ze meemaken, kan het moeilijk zijn om een balans te vinden tussen voldoende doorvragen en op tijd stoppen.

Enerzijds wil je het kind voldoende gelegenheid bieden om zijn verhaal te doen én wil je een zo goed mogelijk beeld krijgen van de situatie, zodat je op basis daarvan kunt bepalen wat er nodig is om het kind te helpen.

Anderzijds wil je het kind niet nog meer belasten, klem zetten of zelfs verder beschadigen door te lang door te gaan met een gesprek. Veel professionals vragen zich af hoe ver je moet gaan in dit soort gesprekken. Deze tips kunnen je helpen om te bepalen wanneer het genoeg is:

  • Wees een mens. Als je over moeilijke dingen praat, is ‘echt contact’ essentieel. Natuurlijk ben je je daarbij bewust van jouw professionele rol. Maar een kind praat nu eenmaal gemakkelijker met een mens dan met een ‘functionaris’. En een mens is doorgaans gevoeliger voor signalen die een kind uitzendt, bijvoorbeeld als het genoeg is.
  • Wees alert op stop-signalen. Veel kinderen vinden het moeilijk om hun grenzen aan te geven. Als een kind opgroeit in een situatie waarin onvoldoende aandacht is voor zijn grenzen of behoeftes, heeft het vaak niet eens geleerd om zich bewust te zijn van zijn grenzen. Bij deze kinderen moet je het dus hebben van andere gedragssignalen, zoals stil worden, juist heel druk doen of letterlijk wegrennen. Benoem deze zodra je ze opmerkt. Vervolgens kun je nagaan hoe het kind dit gesprek ervaart en of het nog verder wil praten of niet.
  • Laat détails voor wat ze zijn. Natuurlijk mag (en moet) je doorvragen op wat een kind vertelt. Maar echt tot in détail doorgaan op wat er precies gebeurde en wat het kind zag, hoorde, rook en voelde, kan erg belastend zijn voor een kind en kan zelfs herbeleving opwekken. Als traumabehandelaar kan het juist wél zinvol zijn om precies te weten welke détails het kind heeft opgeslagen, zodat je gericht kunt behandelen. Maar voor de meeste hulpverleners zijn deze détails niet belangrijk om te weten.
  • Hou je taak voor ogen. Voor de meeste hulpverleners is het van belang om zicht te krijgen en houden op hoe het met het kind gaat. En ook als het je taak is om vast te stellen of er al dan niet sprake is van kindermishandeling, is het kind niet je enige informatiebron. Weten wat jouw taak is in een gesprek met een kind, kan jou helpen om het gesprek op tijd te stoppen, ook al weet je nog niet ‘alles’.
  • Volg het kind. Los van je taak is het van belang om het kind in zijn waarde te laten en niet méér te belasten dan nodig is. Als een kind gemakkelijk vertelt, geef het dan vooral de kans om zijn verhaal te doen. Als het kind het moeilijk vindt om te praten, help hem dan door aan te sluiten bij zijn behoeftes (geruststelling, even spelen of bewegen, informatie geven over wat er nu gaat gebeuren, etc). En als het kind niet (verder) wil praten, respecteer dat dan.

Hoe bepaal jij hoe ver je gaat in deze gesprekken? Ik ben benieuwd naar je reactie!

Delen:

Plaats een reactie