Wat als anderen niet doen wat ze moeten doen?

22 april, 2019

In het werk met kinderen of gezinnen met complexe problemen heb je meestal niet alleen met je eigen organisatie te maken, maar ook met ketenpartners waar je (deels) afhankelijk van bent.

Bijvoorbeeld als je traumabehandeling wilt organiseren voor een kind en daarbij stuit op lange wachtlijsten. Of als je een melding doet bij Veilig Thuis en Veilig Thuis de bal in jouw ogen (on)terecht weer teruglegt bij jou als hulpverlener van het gezin. Als er een jeugdbeschermer betrokken is bij het gezin, maar je de indruk hebt dat er nauwelijks iets verandert aan de situatie. Of als er door de kinderrechter een besluit is genomen dat naar jouw idee averechts gaat werken.

Het kan frustrerend zijn als je ziet dat het niet beter gaat met een kind of gezin, terwijl je het idee hebt dat het wel degelijk beter zou kunnen en moeten. Nog frustrerender wordt het, als je het idee hebt dat de situatie alleen maar verslechtert doordat anderen hun werk niet goed doen. Dan is het tijd om in beweging te komen:

  • Realiseer je dat ‘gedoe’ erbij hoort. Complexe (parallelle) processen in teams en tussen verschillende disciplines zijn nu eenmaal onderdeel van het werken met mensen met complexe problematiek. En sommige situaties zijn ontzettend moeilijk te doorbreken. Ook voor de ander(e organisatie).
  • Het probleem is groter. Jij bent niet de enige die tegen muren aanloopt. Dat doet (jouw collega van) de andere organisatie ook. Dat heeft ook te maken met het grotere geheel: alle professionals in de sector hebben te maken (gehad) met de decentralisatie, transitie, bezuinigingen en reorganisaties. De werkdruk is groot, de ruimte voor structurele begeleiding en reflectie vaak klein. Dat gaat ten koste van de flexibiliteit en kwaliteit die nodig is in dit werk. Daardoor is soms extra inzet nodig om de samenwerking goed op gang te krijgen en te houden.
  • Zoek elkaar op. In plaats van te blijven hangen in je frustratie: ga met elkaar in gesprek. Leg wederzijdse verwachtingen op tafel: in hoeverre zijn ze realistisch? Wees bereid om echt te luisteren en verwacht geen wonderen van elkaar. Uiteraard mag je elkaar (en jezelf) daarbij wel aanspreken op ieders verantwoordelijkheid.
  • Onderzoek samen hoe je kunt doen wat nodig is. Kun je een thuiszitter met een autismespectrumstoornis overlaten aan het lokale team of is specialistische hulp nodig? Wat is verstandig om te doen nu het fragiele netwerk van dit gezin lijkt af te haken? Wie kan inschatten wat het betekent voor de veiligheid in dit gezin, dat vader gaat afkicken? En hoe kunnen we die veiligheid met elkaar monitoren? Juist als het ingewikkeld is: kom met alle disciplines bij elkaar.
  • Vergeet niet om intussen aandacht te blijven geven aan het kind. Met af en toe een gesprekje, een knipoog of een kop thee kun je, juist in een periode die zwaar en ingewikkeld is, een wereld van verschil maken.

Het is belangrijk om je te realiseren dat er geen quick fix is voor kindermishandeling. En doorgaans doen alle betrokken professionals hun uiterste best. Probeer dat te blijven zien en blijf in gesprek met elkaar. We hebben elkaar hard nodig.

>> Meer lezen over hoe je omgaat met complexe processen in teams en tussen organisaties? In hoofdstuk 14 van het Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling vind je meer info & tips.

Delen:

Plaats een reactie