Welke vragen stel je wel en niet?

29 februari, 2016

In de vragenlijstjes die deelnemers voorafgaand aan mijn training invullen, komt vaak de vraag terug: welke vragen stel je wel en niet in gesprekken met kinderen over kindermishandeling?

Wat betreft de inhoud van de vragen kan ik daar weinig algemeens over zeggen, omdat dat helemaal afhangt van wat er speelt en van wat het betreffende kind kan en aankan. Tegelijkertijd zijn deelnemers aan mijn trainingen vaak dol op voorbeeldzinnen. Daarom deze keer een blog over soorten vragen die je kunt stellen, met lekker veel voorbeelden erbij:

  • Open vragen. Met open vragen geef je het kind het meest de gelegenheid om zijn verhaal te doen: Hoe gaat het met je? Hoe heb je geslapen? Wat is er gebeurd? Hoe is het voor je dat je nu hier woont? Hoe voel je je nu? Wat zou je nu het liefst willen? Waar kan ik je bij helpen?
  • Doorvragen. Met alleen maar losse vragen blijf je doorgaans aan de oppervlakte. Doorvragen op wat een kind vertelt is dus essentieel: Wat vond je daarvan? Hoe was dat voor jou? Wat dacht je toen? Wie waren erbij? Hoeveel drinkt hij per dag? Hoelang is dat al zo? Hoe vaak gebeurt dat? Wie weet hier nog meer van? Wat doet ze meestal als ze boos is?
  • Gesloten vragen. Met gesloten vragen loop je het risico dat je het gesprek teveel stuurt. Toch kan af en toe dóórvragen met een gesloten vraag geen kwaad en juist belangrijke informatie opleveren: Is dat vaker gebeurd? Moest je huilen? Was er bloed? Gebeuren er nog meer nare dingen? Is er weleens politie bij geweest? Wissel gesloten vragen altijd af met open vragen.
  • Beschrijvende vragen. Als je zicht wilt krijgen op hoe het er in bepaalde situaties aan toe gaat, kun je een kind vragen om zo’n situatie te beschrijven. Hoe ziet zo’n dag eruit? Wat heb je meestal bij je voor in de lunchpauze? Welke dingen doe je graag als je bij je vader bent? Hoe ziet jouw kamer eruit? Wat doet deze leraar precies, waardoor je hem zo leuk vindt? Let op: hou je aan je professionele taak! Indien er nog een politieonderzoek moet plaatsvinden, ga dan niet teveel in op feitelijke détails. In dit blog staat daar meer over uitgelegd.
  • Mijd waarom-vragen. Met een waarom-vraag roep je het kind ter verantwoording. Dat kan een kind het gevoel geven dat het zich moet verdedigen. Daarnaast is een waarom-vraag een nogal abstracte vraag en daardoor voor veel kinderen erg moeilijk te beantwoorden. Maak er liever een wat-vraag van. Bijvoorbeeld Wat vind je daar spannend aan? in plaats van Waarom durf je dat niet? Of Wat bedoel je daarmee? in plaats van Waarom zeg je dat?

Heb je vragen over deze vragen? Stel ze hieronder 🙂

Delen:

Plaats een reactie