Zelfonthulling: hoe ver ga je?

28 augustus, 2020

Het meemaken van kindermishandeling is van invloed op de manier waarop en de mate waarin een kind zich veilig voelt bij anderen. Dus ook bij jou. Of je een kind nu eenmalig of veel vaker spreekt: elke positieve ervaring in interactie met anderen is er één. Hoe meer positieve ervaringen, hoe helpender voor latere contacten, met jou of andere volwassenen.

Als je het aan kinderen zelf vraagt, vertellen ze onder andere hoe belangrijk het is om de mens achter de professional te zien. Dan ervaren ze meer contact, voelen ze zich meer begrepen en gesteund en dus minder eenzaam. De moeite waard om je best voor te doen!

Het credo is de laatste jaren steeds meer om in professionele contacten vooral iets van jezelf te laten zien. Er is zelfs een professionele term voor: ‘zelfonthulling’ (dit boekje uit 2017 is een aanrader). Maar: hoe ver ga je daarin? Dat kan soms best een zoektocht zijn. Vijf tips die helpend kunnen zijn:

  • Hou het kind en zijn beleving centraal. Als je naar aanleiding van het verhaal van het kind iets over jezelf vertelt, doe je dat in principe functioneel: je wilt het kind bijvoorbeeld laten zien dat hij niet de enige is die dit meemaakt: ‘Ik weet nog wel dat mijn vader vroeger ook zo boos kon worden. Ik was best vaak bang van hem.’ Of dat er verschillende manieren zijn om met gevoelens om te gaan: ‘Ik rende altijd naar m’n kamer of ik ging naar buiten. Maar mijn broertje niet: die werd juist kwaad en ging gewoon terugschreeuwen. En ik praatte er met niemand over, terwijl mijn broer vaak zijn verhaal deed bij zijn juf. Daar was ik soms wel een beetje jaloers op.’
  • Maak de koppeling naar het kind. Vraag na jouw anekdote bijvoorbeeld: ‘Hoe is dat bij jou?’ Of leg uit waarom je iets vertelt: ‘Iedereen doet weleens dingen waar hij later spijt van heeft; ik dus ook. En ik ben dus helemaal niet boos op je. Ik ben juist blij dat jij óók niet perfect bent 😉Zorg ervoor dat je steeds aandacht houdt voor de beleving van het kind en geef ten allen tijde de boodschap dat die oké is.
  • Illustreren in plaats van uitweiden. Let erop dat je het verhaal niet ‘overneemt’: je bent er voor het kind en niet andersom. Het grootste deel van het gesprek zou het kind idealiter aan het woord moeten zijn (al is dat soms echter lastig, als een kind bijna niets zegt). Hou je voorbeelden daarom kort en ga niet ‘preken’ of overtuigen. Doe je best om je niet te verliezen in je eigen verhaal en bijbehorende emoties, want dan schiet je je doel voorbij.
  • Een spontane reactie is ook zelfonthulling. Zelfonthulling betekent niet dat je altijd iets groots moet delen. Juist uit kleine reacties valt veel af te lezen over jouw mens-zijn. Bijvoorbeeld: ‘Wat een coole foto staat er op je telefoon! Waar is dat? Daar wil ik ook heen!’ Of: ‘Ah nee toch, wat een gedoe nou weer. Moet je nu die hele opdracht opnieuw maken? Zal ik m’n grote broer op ze afsturen? 😉 
  • Jij bent de baas over jouw verhaal. Net zoals het kind bepaalt wat hij op welk moment aan jou of een ander vertelt, maak jij steeds de keuze over wat je over jezelf deelt met het kind. Doe wat voor jou in dit specifieke geval goed en passend voelt.

Bij zelfonthulling gaat het niet om het ‘delen om te delen’: het is juist de kunst om er geen trucje van te maken, maar op je eigen, spontane (en tegelijkertijd: bewust gekozen) manier iets van jezelf te laten zien. Uitgangspunt daarbij is dat je het kind of het contact tussen jou en het kind ermee verder helpt. Meer lezen over dit thema? In hoofdstuk 14 van het Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling vind je meer informatie en voorbeelden.

Delen:

Plaats een reactie