Een goed gesprek begint bij jezelf

21 september, 2020

Een situatie die je echt niet vindt kunnen, geraakt worden door de tranen van een kind, gedrag waar je iets van vindt… Als je lastige gesprekken voert, gebeurt er óók vanalles bij jezelf. Dat is logisch en menselijk en dus helemaal niet erg. Mits je in de gaten hebt wat er met je gebeurt.

Jouw gevoelens, overtuigingen en oordelen zijn van invloed op het gesprek: ze kleuren de wijze waarop jouw boodschap naar buiten komt en ze sturen (onbewust) jouw agenda voor het gesprek.

Kinderen die onveilig opgroeien zijn vaak extra gevoelig voor afwijzing, oordelen, of een onderliggende boodschap. Reflecteren op jezelf is dus tijdens ieder gesprek een must. Maar waarop dan precies? En hoe? Deze vragen kunnen je hierbij helpen:

  • Wat gebeurt er precies? Welke gedachten komen er bij je op? Welke gevoelens? En wat zeggen die over jou, je overtuigingen, achterliggende emoties of behoefte van dit moment? Irritatie kan een ander gevoel verbloemen; eigen ervaringen kunnen een gevoel van urgentie vergroten. Dat is niet per sé verkeerd, maar wel handig om je bewust van te zijn.
  • Wat wil je zeggen? Wat zou je op dit moment het liefst willen zeggen? Voor wie wil je dit zo graag zeggen: voor jezelf of voor het kind? Welk motief heb je: medeleven tonen of ‘eens even de waarheid zeggen’ (of iets daar tussenin 😉)?
  • Wat móet ik zeggen? Als een kind zich schuldig voelt, wil je uitleggen waarom dat niet hoeft. Als een kind niet meer thuis kan wonen, wil hij begrijpen waarom dat zo is. Maar: als vader niet van de drugs af kan blijven waardoor de omgangsregeling wordt stopgezet, of als moeder steeds teruggaat naar haar gewelddadige partner, wat is dan de boodschap die het kind nodig heeft? Transparant zijn betekent niet dat alles altijd moet worden benoemd. Door geen uitleg te geven – of een uitleg die niet klopt – zet je het kind echter óók buitenspel.
  • Wat is het effect op het kind? Wat levert jouw boodschap op voor het kind? Hoe zou het zijn voor het kind om dit te horen? Eerlijk zijn over wat er niet goed gaat, is iets anders dan jouw mening geven over wat ouders verkeerd doen. Ook pijnlijke informatie kan een kind soms helpen, bijvoorbeeld om te begrijpen wat er gebeurt. Maar alleen als jouw oordeel over de ouders of (het gedrag van) het kind niet (onbedoeld) méékomen met wat je zegt.
  • Hoe zeg ik het? Juist als het om gevoelige zaken gaat, maken toon en woordkeus veel uit. ‘Mama kiest ervoor om de afspraken niet na te komen’ klinkt veel beschuldigender dan ‘Het lukt mama nog niet om goed genoeg voor zichzelf te zorgen. Daardoor kan ze nu ook niet goed voor jou zorgen’. Toon en woordkeus komen mede voort uit jouw mening, oordeel of humeur. Wees dus alert op jouw non-verbale communicatie en op de woorden die je kiest.

Als een gesprek niet lekker loopt, zijn we soms geneigd om vooral te kijken naar de ander: deze jongere wil geen hulp, deze moeder werkt niet mee, etc. Ook dan is reflectie op z’n plaats: hoe komt het dat het niet lukt om echt in contact te komen? Wat heb ik daar al voor geprobeerd? Welk oordeel heb ik (stiekem) over dit kind of de situatie? Staat mijn ‘professionele liefde’ wel aan? Reflectie en inlevingsvermogen zijn een gouden combinatie voor elk gesprek.

Delen:

6 gedachten over “Een goed gesprek begint bij jezelf”

Plaats een reactie