Hoe open je een gesprek als je je zorgen maakt?

2 maart, 2015

Ken je dat? Je maakt je zorgen om een kind. Je vermoedt of weet dat er sprake is van onveiligheid thuis, maar je weet niet hoe je erover moet beginnen. Misschien wil het kind er wel helemaal niet over praten of maak je het juist overstuur door ernaar te vragen. Of je vindt het niet aan jou, maar aan (andere) hulpverleners om hierover in gesprek te gaan.

Het is begrijpelijk dat je jezelf dit soort vragen stelt. Tegelijkertijd kunnen deze twijfels je ervan weerhouden om het gesprek überhaupt aan te gaan. En dat is zonde! Er zijn namelijk ontzettend veel kinderen die maar al te graag hun verhaal kwijt willen. Die gezien willen worden en daarom (vaak onbewust) allerlei signalen afgeven. Maar hoe begin je nou zo’n gesprek? Dat lijkt lastig, maar hoeft het niet te zijn. Vijf tips die je erbij kunnen helpen:

  • Begin met het maken van contact. Een opmerking over een neutraal onderwerp, een compliment of een grapje kunnen het ijs breken. Voor kinderen is het fijn als je daarnaast óók iets van jezelf laat zien: een anekdote over je hond, een gedeelde hobby met het kind of laten merken dat je weet hoe het kan zijn om je verdrietig, bang of eenzaam te voelen.
  • Stel een (hele) open vraag, bijvoorbeeld: Hoe gaat het met je? Of (afhankelijk van de context van het gesprek): Wat is er gebeurd? Het kind kan dan zelf kiezen wat het antwoordt.
  • Vraag door op wat het kind antwoordt op je openingsvraag. Neem dus niet zomaar genoegen met een kort of vaag antwoord, maar toon werkelijk belangstelling. Dat kun je onder andere doen door gerichte open vragen te stellen: Vertel eens, wat vind je bijvoorbeeld goed gaan? Welke dingen gaan er nou juist níet zoals je wilt? Hoe gaat het thuis? Hoe voel je je vandaag? Of door vooral te reageren met verbale en non-verbale aanmoedigingen: Vertel eens? O ja? Joh, en toen?
  • Maak de signalen die je hebt waargenomen bespreekbaar. Vertel concreet en zonder oordeel wat je hebt gezien. Stel daar vervolgens een open vraag over. Wacht hier niet te lang mee na de start van het gesprek: als je vanuit het maken van contact steeds meer vragen gaat stellen over thuis, kan dat bedreigend voelen. Wees dus na de opstart van het gesprek vrij snel transparant over de reden dat je met het kind wilt praten.
  • Nodig het kind uit om te vertellen, maar dwing niet tot praten. Even contact maken, iets luchtigs bespreken, gerichte vragen stellen, de emoties benoemen die je opmerkt, kunnen een kind uitnodigen om (verder) te praten. Maar soms lukt het gewoon niet. Soms is zwijgen de veiligste optie voor het kind. Als het kind niet wil of niet kan vertellen, respecteer dat dan. Ga samen iets anders doen en kom er later nog eens op terug.

Als je je zorgen maakt over (vermoedelijke) onveiligheid in de thuissituatie van kinderen, is het altijd de moeite waard om daar een gesprek over aan te knopen. Hoewel jij als volwassene hierbij misschien drempels ervaart, kan zo’n opening voor een kind een doorbraak betekenen. Hou in je achterhoofd: er zijn heel veel kinderen die wachten op het moment dat er eindelijk iemand naar vraagt!

Meer lezen over wat helpend kan zijn in dit soort gesprekken? In het Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling staan veel praktische handvatten, theorie, voorbeelddialogen en ervaringen van zowel professionals als jongeren gebundeld.

Dit blog is bijgewerkt op 18 mei 2021.

Delen:

Plaats een reactie