Ja, maar dan haken ze af!

13 mei, 2019

Soms moet je als professional een actie aankondigen waar een kind tegenop ziet of het niet mee eens is. Toch is het belangrijk om eerlijk te zijn. In trainingen hoor ik professionals vaak zeggen: ‘Ja, maar als ik dat zeg, dan haken ze af!’

Afhaken gebeurt meestal als de ander zijn emoties niet meer de baas is en/of het vertrouwen in jou of een goede afloop verliest. Het kan inderdaad een uitdaging zijn om in gesprek te blijven als de ander in paniek raakt. Maar het hoort wel bij dit werk om daar je best voor te blijven doen. Deze tips kunnen je daarbij helpen:

  • Verplaats je vooraf in de ander en luister. Hoe zou het zijn om dit te horen te krijgen? Waar is hij misschien bang voor? Hou hier rekening mee bij je formulering. Vraag er ook na je aankondiging op door en neem de tijd om echt te luisteren.
  • Vermijd alarmerende taal. Zinnen als ‘Als het gaat om jouw veiligheid, dan moet ik het melden’, ‘Dat kan ik niet beloven’ of ‘Ik ga Veilig Thuis inschakelen’ zetten het (trauma)brein in alarmstand en vergroten dus de paniek. Terwijl het voor het kind juist zo hard nodig is om nog enige veiligheid te kunnen ervaren bij alles wat er op hem afkomt. Daar heeft hij jou voor nodig.
  • Verschuil je niet achter regels en protocollen, maar blijf in verbinding! Als je je verschuilt achter regels en protocollen, ga je uit contact. De actie die je aankondigt, neem je echter niet omdat het nu eenmaal moet, maar omdat je je zorgen maakt en omdat je wilt helpen. Bijvoorbeeld als je ziet dat het nu helemaal niet goed gaat en je weet dat hier (andere) hulp nodig en mogelijk is. Spreek dát uit.
  • Ondertitel je intenties en vertel concreet wat je gaat doen. Bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat het nog steeds niet beter met je gaat. Daar maak ik me zorgen om en ik wil je graag helpen. Dat kan ik niet (meer) alleen. Daarom ga ik overleggen met iemand van Veilig Thuis. Die kan meedenken over wat er nodig is om je nog beter te helpen.’
  • Maak het behapbaar. Neem één stap tegelijk. Dat is veiliger dan een hele route uitstippelen, die onderweg waarschijnlijk nog bijgesteld gaat worden. Hou het kind steeds op de hoogte en blijf beschikbaar voor vragen, uitleg en steun.

Soms verlies je (tijdelijk) toch de verbinding. Geef dan niet op. Ook als een kind niet met jou wil praten, kun je laten zien dat je je betrokken bij hem voelt en je best voor hem doet. Het is belangrijk dat je daar van het kind niets voor terug verwacht: het kind mag zich voelen zoals hij zich voelt en zijn gedrag is daar een uiting van. Het is aan jou om die volwassene te zijn die níet afhaakt als het moeilijk wordt.

Meer weten over hoe je transparant kunt zijn over je professionele verantwoordelijkheid, zonder het contact met het kind te verliezen? In hoofdstuk 9 van het Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling kun je daar alles over lezen.

Delen:

2 gedachten over “Ja, maar dan haken ze af!”

Een reactie plaatsen