Zorgvuldig in gesprek over eergerelateerd geweld

8 januari, 2018

Schaamte, schuld en loyaliteit maken praten over kindermishandeling lastig. Bij eergerelateerd geweld spelen die schaamte, schuld en loyaliteit een hoofdrol. Eergerelateerd geweld is de overkoepelende term voor dwang, psychisch & fysiek geweld en moord, gepleegd om te voorkomen dat iemand de familie-eer kan schaden óf om de familie-eer te herstellen.

Vanaf de puberleeftijd krijgen jongeren te maken met seksualiteit, verliefdheid en relaties. De puberteit is daarom een risicovolle fase voor eerverlies. Ook jongens kunnen slachtoffer worden van eergerelateerd geweld (in de helft van de gevallen is er sprake van een mannelijk slachtoffer!). Denk daarbij aan eerverlies in geval van homoseksualiteit, maar ook aan het gedwongen worden om eergerelateerd geweld uit te voeren.

Wanneer je (dreiging van) eergerelateerd geweld vermoedt, is het belangrijk om zorgvuldig te handelen. Deze tips kunnen je daarbij helpen:

  • Vraag je altijd af: hebben we hier (ook) te maken met eerproblematiek? Wanneer je cultuursensitief communiceert, ben je vooral benieuwd naar normen, waarden en gebruiken binnen de familie. Hoe gaat deze familie om met eer en de schending ervan? Vraag hiernaar bij het kind!
  • Schakel niet zomaar de familie in. NB: Ook tolken kunnen banden hebben met de familie! Neem het kind altijd mee in het proces: het kind is deskundig over zijn familie. Hoeveel aanzien heeft deze familie? Wat staat er (dus) op het spel? Wie uit de familie heeft veel invloed op andere familieleden?
  • Bespreek met het kind wat zijn opties zijn. Trouwen om de familie-eer te redden, studeren om uit huis te gaan, wel of niet breken met de familie? Welke opties ziet het kind wel of niet zitten en waarom?
  • Handel niet overhaast. Een goedbedoelde, maar verkeerde aanpak kan grote consequenties hebben.
  • Onderneem wél altijd actie. Overleg bij (dreigend) eergerelateerd geweld altijd met een deskundige. Bij de politie en bij Veilig Thuis werken contactpersonen die gespecialiseerd zijn in eerproblematiek.

Deze kinderen hebben vaak te maken met een omgeving waar controle, beklemming en geweld heerst. Tegelijkertijd is er in deze families ook vaak sprake van veel warmte en positieve bemoeienis. De loyaliteit naar de familie is meestal erg groot. Hoe help jij kinderen praten over (mogelijk) eergerelateerd geweld? Ik lees graag je tips!

Gerelateerde Tips

En dan gaat het toch weer mis… De vorige keer dat je het kind sprak, ging het de goeie kant op. De ouders zijn hard aan het werk om hun problemen op te lossen en stukje bij beetje g...
Praten met kinderen met autisme Kinderen met een stoornis in het autismespectrum (ASS, in de volksmond: autisme) kun je niet over één kam scheren. De ernst van de ASS en de beperking...
Het blijven kinderen Kinderen in onveilige thuissituaties voelen zich vaak te weinig gezien, gehoord en geholpen. Je kunt een groot verschil maken voor een kind als je de ...
Delen:

8 gedachten over “Zorgvuldig in gesprek over eergerelateerd geweld

  1. Beste mensen,

    Zo te lezen is niet erg duidelijk hoe u deze materie ziet. Wat zijn uw definities? Om precies te zijn: Wat is volgens u eer?

    Mijn voorstel is om eer te definiëren als reputatie voor moraliteit. Dan zie je meteen dat eer universeel is en dat het verliezen van deze reputatie grote sociale gevolgen heeft:
    – ouders houden hun oorlogsverleden geheim – bekendmaken heeft immers grote sociale gevolgen.
    – familieleden die zich moreel misdragen maken ook het sociale leven van de overigen kapot (denk aan de moeder en de broer en zus van Joran vd Sloot).

    Dit soort processen zijn universeel, dus niet gebonden aan cultuur. In alle gemeenschappen kunnen mensen te maken krijgen met verlies van hun morele reputatie. Door eigen toedoen of dat van een ander. Een onderzoeker, Kipling Williams, spreekt dan van ‘sociale dood’. Dat is niet overdreven.

    Mensen weren zich om precies deze redenen tegen smaad. Denk aan Gijs van Dam die zich weert tegen aantijgingen van misbruik.

    En ook wil iedereen die te maken heeft met een beschadigde of verloren eer koste wat het kost ‘eerherstel’ (zo ook Lucia de B.). Dit staat allemaal los van etnische of culturele achtergrond en religie.

    Dus ja, welke tips kun je geven in zo’n geval? Op de cultuur gooien lijkt me in elk geval niet juist.

    Het is onderwerp van trainingen die ik geef en van mijn nieuwe boek: Honor Related Violence. A new social psychologica perspectieve. Routledge, 2018.

  2. Beste Rob,

    Dank je voor je uitgebreide reactie. Ik ben het in filosofische zin met je eens dat eer universeel is. Net zoals ik geloof dat elk gezin zijn eigen cultuur heeft en dat die uit meer elementen bestaat dan bijvoorbeeld etniciteit, zoals ik ook beschrijf in het blog over cultuursensitief communiceren. Daarom is mijn advies ook altijd om je af te stemmen op degene die voor je zit en je nieuwsgierig op te stellen: hoe is dat bij jou thuis?

    Aan de andere kant zijn er wel degelijk grote verschillen in hoe je omgaat met bijvoorbeeld een situatie van (‘enkel’) huiselijk geweld of verwaarlozing ten opzichte van een situatie van (evt daarnaast) (dreigend) eergerelateerd geweld. Ik merk dat er grote dilemma’s leven bij professionals wanneer zij eergerelateerd geweld tegenkomen.

    De ‘westerse aanpak’ van hulpverleners, waarbij zij zich in gesprekken voornamelijk richten op het belang en de individuele wensen, behoeftes en grenzen van de hulpvrager, werkt dan niet: deze kinderen kunnen niet of niet zonder potentieel gevaar kiezen voor zichzelf. De stappen die de Meldcode voorschrijft (in stap 3: het gesprek met betrokkenen, in elk geval de ouders), kunnen dan juist zorgen voor extra (levens)gevaar in plaats van voor de-escalatie en het op gang brengen van hulp, waarvoor deze stap eigenlijk bedoeld is.

    Ook de politie en Veilig Thuis benadrukken dat dan een andere aanpak nodig is. Dat geldt overigens ook voor andere situaties die potentieel (levens)gevaarlijk zijn. Ook dan loop je, in overleg met Veilig Thuis en/of politie, en terwijl je zorgvuldig vastlegt hoe en waarom je afwijkt van de wet, soms een net andere route dan de Meldcode voorschrijft.

  3. Beste Marike,

    Leuk deze discussie!

    Ik beschrijf eer echter niet in filosofische zin, maar in sociaal-psychologische betekenis.

    Je hebt een reputatie van moraliteit nodig om sociaal te kunnen functioneren. Je hebt daar geen keuze in. Als je morele reputatie beschadigd is, houdt je sociale leven op, je vrienden willen je niet meer.

    Onlangs moest Camiel Eurlings nog om precies deze reden ontslag nemen. En wat te denken van Kevin Spacey? Zijn sociale leven is na de aantijgingen over zijn moraliteit helemaal afgelopen. Dat kun je voor deze twee heren terecht of onterecht vinden, maar het gaat om het sociale mechanisme dat op hen van toepassing is.

    Over sociale uitsluiting en de immense gevolgen daarvan is erg veel gedegen wetenschappelijke literatuur (zoek op ostracism, bijv. K. Williams).

    De Canadese Amanda Todd werd uitgesloten door haar klasgenoten omdat zij moreel slecht werd gevonden (een ‘slet’). Ze werd via internet door iemand gechanteerd, waardoor pikante foto’s van haar verspreid werden, en zelf maakte ze ook nog een aantal fouten. Ze kon vervolgens de voortdurende sociale uitsluiting niet verdragen. Ze pleegde uiteindelijk zelfmoord.

    Zeker, elk gezin heeft zijn eigen microcultuur en tradities. Maar daar gaat het bij eer niet om.

    Het wangedrag van een lid van de familie kan afstralen op andere leden: dit noemt men een associatief stigma (o.a. Rachel Condry, Families Shamed). Ook Turkse, Marokkaanse, Franse en Finse families kunnen in hun gemeenschappen sociaal worden uitgesloten als een lid zich in de ogen van de gemeenschap moreel misdraagt (zie bijv. de Deense film Jagten / The Hunt), waarin ook het zoontje van de beschuldigde wordt uitgescholden en mishandeld.

    Verlies van de morele reputatie van het hele gezin of zelfs de hele familie betekent zonder meer een crisissituatie. En ook als de familieleden dit gedrag zelf helemaal niet problematisch vinden, of er geen mening over hebben, kan dit gebeuren.

    In een casus die ik ken werd een meisje van 12 op school ‘gepest’ omdat haar volwassen nicht ongehuwd samenwoonde. In een andere zaak werd een meisje van 8 door haar juf ‘gepest’ omdat haar vader lid van de verkeerde, moreel slechte politieke partij was geweest (in zijn geval was dat de NSB).

    Om erger te voorkomen treden families dan vaak op tegen het zich misdragende lid.

    En, nogmaals, je zou bijvoorbeeld maar de broer zijn van Joran vd Sloot. Wat zou je ervan vinden als die broer Joran een paar klappen zou geven onder het motto: ‘Joran heeft mijn leven verziekt’? Heeft hij gelijk? Of niet?

    Dat kernaspect van het probleem moet wel worden onderkend, los van wat het wangedrag precies is en of het gebeurd is en wat buitenstaanders of de hulpverlening van dat wangedrag vinden.

    Cultuursensitief betekent daarom in mijn visie dat je universele sociale processen (zoals bijvoorbeeld sociale acceptatie, sociale uitsluiting, morele reputatie) en sociale en andere emoties bij mensen andere van andere groepen om te beginnen goed herkent. En dat je erkent dat er soms maatregelen nodig zijn.

    Een aanpak op maat is zeer zeker een prima uitgangspunt. Maar ik zie in de praktijk (sinds 2001) dat de achterliggende context vaak universeel is, van sociale of emotionele aard. In aan eer gerelateerde kwesties is de juiste vraag: wat doen jullie als familie om deze sociale en morele crisis het hoofd te bieden? Hoe kunnen wij als hulpverlening jullie helpen om dit probleem op te lossen?

    Een deel van de oplossing is vaak dat het familielid zijn/haar gedrag aanpast, ook al vindt de Nederlandse hulpverlening dat gedrag juist niet problematisch. En dat kan uiteraard dilemma’s opleveren. “Kiezen voor jezelf” kan meestal wel degelijk, maar universeel gezien binnen de morele grenzen van je gemeenschap (en soms ook van de familie) anders beschadig je jezelf en die familie. Dus is het zoeken naar compromissen.

    In de microcultuur van het gezin of de familie bestaan vaak gewoonten omtrent communicatie. Gesprekken kunnen ertoe bijdragen dat die communicatie over de problemen en de compromissen beter wordt.

    Als je daarentegen op zo’n moment de culturele achtergrond van de familie benadrukt, met naar mijn idee vage begrippen als ‘eercultuur’ en ‘schaamtecultuur’ en zo, praat je langs elkaar heen en maak je de sociale en emotionele crisis van de betrokkenen alleen maar erger. De familie ziet dan al gauw in dat de hulpverleners het kernprobleem niet begrijpen of niet willen begrijpen en voelt zich alleen.

    Maar ik zou zeggen: kom een keer naar een training!

    • Beste Rob,

      Inderdaad een hele interessante discussie! Dankjewel voor je verdere uitleg over eer als reputatie van moraliteit. Die kan ik goed volgen! En ik zie ook dat die universeel is. Jouw toelichting t.a.v. kiezen voor jezelf, binnen de morele grenzen van de gemeenschap, vind ik een mooie en verruimt mijn blik!

      Jouw invalshoek én kennis over dit onderwerp is veel breder dan de mijne. Mijn expertise ligt op het gebied van praten met kinderen over kindermishandeling. Eergerelateerd geweld is daar één vorm van, en wordt (door mij, maar ook in de landelijke aanpak van kindermishandeling) gezien als onderwerp waarbij een specifieke aanpak nodig is.

      Ook met de bredere context die jij geeft, vind ik het toch (haha!) van belang om als ‘Westerse hulpverlener’ alert te zijn wanneer je in aanraking komt met dit onderwerp en altijd een deskundige op dit gebied in te schakelen. Wat mij betreft is daarbij het potentiële gevaar dat het kind loopt uitgangspunt voor de uit te zetten stappen. De consequenties die gepaard gaan met het verlies van de morele reputatie, kunnen naar mijn idee wel degelijk op een andere manier vérgaand zijn in collectivistische culturen (ik denk dan aan eermoord of huwelijksdwang) dan in individualistische culturen. Dit vraagt mijns inziens om een specifieke benadering.

      Maar ik ben benieuwd: als jij enkele concrete tips zou geven aan professionals die hiermee in aanraking komen (denk aan jeugdbeschermers, jeugd-/ gezinshulpverleners, Veilig Thuis, wijkteams): welke zouden dat dan zijn? En: zou je ze geven in aanvulling op mijn tips uit dit blog, of zou je bepaalde tips uit mijn blog willen schrappen? Ik hoor het graag!

      En misschien kom ik nog wel eens naar een training! Maar eerst een boek afmaken (Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling) 😉

      Groet, Marike.

  4. Hoi Marike,

    Het wordt een echte dialoog tussen ons.

    De belangrijkste tips:

    1. zie eerst de overeenkomsten tussen situaties en dan pas de nuanceverschillen. Zie in dat het verlies van de morele reputatie voor iedereen een gigantisch probleem is, en voor zijn of haar familie en ongeacht culturele, religieuze achtergrond enzovoort.

    Een voorbeeld is dat geweldsdelicten door alle mensen worden gepleegd in soortgelijke omstandigheden en contexten en dat buitenstaanders daar op een bepaalde manier op reageren (zie bijv. Donald Black over ‘moralistic violence’).

    2. gebruik geen vage termen waaraan iedereen verschillende betekenissen toekent.

    Dat zou je van je dokter ook niet accepteren. Ook in deze branch gaat ook het vaak letterlijk om mensenlevens.

    Westers en modern: Volgens sommige mensen kunnen meisjes die een hoofddoek dragen bijvoorbeeld niet ‘westers’/‘modern’ zijn. In mijn trainingen heb ik dit wel eens meteen doorgegeven aan zo’n deelneemster: ‘Amina, Maria vindt dus dat jij niet ‘westers’/‘modern’ bent.’ Wat vind je daarvan?’ Amina had dit ‘verwijt’ wel eens eerder gehoord, maar kan het niet echt plaatsen. ‘Maria, wat bedoel je daarmee?’ Maar Maria kan het verder niet toelichten en krijgt een rood hoofd. Zo bedoelde ze het niet. ‘Westers’ en ‘modern’ zijn vage termen.

    Een andere vage term is ‘collectivistische cultuur’. Voor mijn boek heb ik uit de wetenschappelijke literatuur proberen te achterhalen wat er precies mee wordt bedoeld. Immers, als ik het wel heb wordt minstens 80% van de wereldbevolking als ‘collectivistisch’ gezien. Dat is verreweg de meerderheid! We zouden de term dus goed moeten begrijpen.

    Maar desondanks, het blijft een onduidelijk begrip. Het is in elk geval niet zo dat mensen uit collectivistische culturen (zijn dat ‘collectivistische mensen’?) spontaan hechte groepen vormen met anderen zoals buren, vrienden en vriendinnen, ‘de gemeenschap’ of de imam. Maar ja, als wetenschappers al niet weten wat ze met deze term bedoelen, wat moet de hulpverlener er dan mee?

    3. Spreek in plaats daarvan liever over familieculturen versus gezinsculturen (deze begrippen heb ik geïntroduceerd – ivm citeren).

    Een belangrijk criterium is loyaliteit: onder mensen uit Noord-West Europa en Noord-Amerika is de tendens dat ze loyaal zijn aan en loyaliteit verwachten van hun gezinsleden en minder van anderen. De meeste mensen uit een gezinscultuur vormen een collectief met hun echtgenoot en kinderen en bieden hen hulp en verzorging als ze nog klein zijn (opvoeding) en bij ziekte en dergelijke. De zogenoemde ‘individualisten’ zijn dus geen échte individualisten, maar vormen vrij kleine kerncollectieven. Mensen die zo’n collectief niet (meer) hebben voelen zich vaak eenzaam.

    Mensen uit de rest van de wereld zijn in het algemeen loyaal aan en verwachten loyaliteit van een bredere groep familieleden (bloedverwanten) en minder van anderen. Hun kerncollectief is dus groter (en misschien hechter – dit noemt men entitativity zie Lickel e.a.).

    Een belangrijk voordeel is dat iedereen dit verschil zonder veel theoretische uitleg begrijpt. Voor ‘westerse’ hulpverleners is het een kunst in een gegeven situatie niet alleen de nadelen, maar vooral ook de voordelen te zien van deze iets afwijkende loyaliteiten. Veel migrantenkinderen hebben een uitstekende band met hun ooms en tantes en neven en nichten. Daar kun je in de hulpverlening vaak wat mee.

    Bovendien kan de hulpverlener per familie nagaan hoe hecht en breed de banden in werkelijkheid zijn, dus in hoeverre men afwijkt van de tendens, en de hulpverlening daarop afstemmen. Dit zou ik de specifieke benadering willen noemen.

    4. Veroordeel anderen niet op excessen die volgens ons in hun ‘cultuur’ voorkomen en daardoor voor hen ‘gewoon’ of ‘de norm’ zouden zijn. Dit zijn stereotiepen.

    De misstanden die worden aangetroffen in sommige families uit de rest van de wereld worden vaak afgezet tegen wat ‘wij’ als ‘onze’ ‘westerse’ idealen definiëren.

    Maar ook ‘onze’ idealen zijn vooralsnog geen algemene werkelijkheid bij onszelf. Zo is lang niet elke Europeaan en Amerikaan ‘democratisch’ (definitie?), egalitair, tegen discriminatie, geweldloos tegen kinderen, en voor acceptatie van homo’s, etc.. Maar door de verschillende focus wordt het contrast tussen ‘wij’ en ‘zij’ extra dik aangezet.

    Afgedwongen huwelijken (definitie?) en eermoorden (definitie?) zijn geen algemene culturele kwesties, zeker geen gemeengoed onder moslims of zo, maar excessen die hier en daar in bepaalde contexten voorkomen.

    Dus zolang je denkt dat eerwraak (definitie?) zich plotseling, ineens kan voordoen of dat huwelijksdwang en huiselijk geweld (definitie?) schering en inslag zijn bij die of die ‘culturele’ groep (en geen excessen), en dus ook bij de familie X, blokkeer je zelf op voorhand een echte dialoog met X. Je blijft op je hoede en creëert daardoor een sfeer van wantrouwen.

    Maar als je die specifieke contexten kent (bijvoorbeeld via een training), neemt de twijfel af, stijgt het wederzijds vertrouwen tussen jou en de cliënt en andere betrokkenen, kun je ook beter tegen eventuele misstanden (mishandeling, e.d.) wat ondernemen. Ook kun je die – voor hen vaak vervelende – acties beter aan hen uitleggen en toelichten.

    Succes met je boek!

    Rob

    • Dag Rob,

      Wat een waardevolle tips! Dankjewel voor het aanbrengen van de nuance en het bijsturen van mijn kijkrichting. Ook dank voor het wijzen op het belang van het zorgvuldig kiezen van gebruikte termen. Ik vind beide (nuance en zorgvuldig formuleren) erg van belang. Jouw bijdrage is, wat dit onderwerp betreft, daarin helpend, zowel voor mij als voor de hulpverleners die ik train. Ik ga mensen daarom wijzen op jouw reacties onder dit blog.

      Ook neem ik je visie en wellicht ook de door jou geïntroduceerde termen zeker mee in mijn boek (ik was al eerder gewezen op jouw boek). Die zijn inderdaad heel helder. Misschien neem ik daarover nog contact met je op.

      Dank voor je zeer inhoudelijke bijdrage!
      Hartelijke groet,
      Marike.

  5. Beste Marike en Rob,

    Wat mooi om te merken hoe jullie elkaar in een constructieve dialoog hebben gevonden. Met de eerste zinnen van Rob’s reactie vreesde ik voor een frontale botsing, maar een paar dagen later eten jullie uit elkaars hand. Voorbeeldig! Mijn complimenten!

Een reactie plaatsen