Het kind als informant?

16 april, 2021

Onderzoekers van Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming spreken in principe ook de kinderen van het gezin. En zoals ik zie tijdens trainingen aan deze professionals, doen ze dat met een groot gevoel van betrokkenheid en met de drive om een positief verschil te maken voor kinderen.

Toch hebben kinderen lang niet altijd het gevoel dat hun wensen en behoeften worden meegenomen in de besluitvorming en begrijpen ze niet altijd wat er verder gaat gebeuren, waarom dat zo is en wat een bepaald besluit voor hen betekent.

Als je maar één of twee gesprekken tot je beschikking hebt, kan het een uitdaging zijn om aan al deze zaken toe te komen. Als het belangrijkste doel van het gesprek (namelijk: als onderdeel van een onderzoek) is om feiten boven tafel te krijgen, wordt het er niet gemakkelijker op: het ligt dan op de loer dat een kind zich eerder uitgehoord dan gehoord voelt. Hoe zet je in zo’n geval het kind toch centraal?

  • Spreek het kind. Dat klinkt als een open deur, maar in de praktijk gebeurt het toch nog niet altijd. In uitzonderlijke gevallen is daar een goede reden voor, maar over het algemeen heeft een kindgesprek voor beide partijen een belangrijke meerwaarde.
  • Focus op de beleving van het kind. Als je vooral op zoek bent naar feiten, kan een kind het gevoel krijgen dat er (alleen maar) informatie uit hem wordt getrokken. Een gesprek over hoe het gaat met het kind, wat hij van zijn situatie vindt, welke gevoelens hij daar zoal bij heeft en wat hij het liefst anders wil zien (of juist hetzelfde wil houden), voelt echter veel meer als een luisterend oor. En geeft bovendien een completer beeld van het welzijn van het kind en van wat hij nodig heeft op dit moment.
  • Laat merken dat je luistert. Ga niet te snel naar een oplossing of een volgende stap. Parkeer je agenda en geef echt even aandacht aan het verhaal en de behoeften van het kind. Vraag door op wat hij vertelt, benoem emoties die je opmerkt en sta samen stil bij hoe groot, ingewikkeld en ook hoe logisch die gevoelens zijn.
  • Geef aandacht aan het vervolg. Als een kind veel zorgen heeft over de reactie van zijn ouders als die zijn verhaal via jou zullen horen, geef dan samen met het kind vorm wat en hoe je precies aan ouders terugkoppelt. Check óók nadien bij het kind of de reactie van de ouders inderdaad zo was zoals het kind vreesde. Als er veiligheidsafspraken worden gemaakt of aangescherpt, betrek het kind daar dan ook weer bij. Geef hem inspraak waar het kan. En geef uitleg, ook als het kind daar niet zelf om vraagt.
  • Evalueer met het kind. Hoe heeft het kind jouw betrokkenheid ervaren? Wat vindt hij van de besluiten die genomen zijn? In hoeverre heeft hij zich gehoord gevoeld? Begrijpt hij wat er besloten is en waarom? Hoe zou jij het de volgende keer nog beter kunnen doen? Is er nog iets anders wat hij kwijt wil? Kinderen kunnen tijdens een beschermingstraject veel steun, maar ook veel onveiligheid ervaren. Het is van belang dat kinderen hun ervaringen kwijt kunnen én dat wij als professionals bereid zijn om daarvan te leren.

Als het je taak is om vast te stellen of er sprake is van (ernstige) onveiligheid of om de rechter te adviseren over het uitspreken of verlengen van een maatregel, kan dit zorgen voor een spagaat: je wilt het kind recht doen en tegelijkertijd moet jouw advies feitelijk onderbouwd zijn. Hopelijk helpen deze tips je op weg. Meer lezen over hoe je kinderen betrekt bij het (jeugdbeschermings)traject? In het Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling vind je veel informatie en voorbeelden.

Delen:

Plaats een reactie