‘Ik ben maar een passant’

24 juni, 2019

‘Dit kind heeft al zoveel hulpverleners gezien, moet hij dan óók nog met mij praten?’ ‘De ouders geven geen toestemming. Ook al heb ik die vanuit mijn functie niet nodig, hij kan dan niet vrijuit spreken.’ ‘Dit kind zit al zo klem vanwege de complexe scheiding van zijn ouders. Als ik hem daarover ga bevragen, zet ik ‘m alleen nog maar verder klem.’ ‘Ik ben vanuit mijn werk maar héél kort betrokken. Dus ik wil geen valse verwachtingen wekken die ik vervolgens niet kan waarmaken.’

In de praktijk hoor ik regelmatig dat dergelijke overwegingen reden zijn om te besluiten om niet met het kind in gesprek te gaan. Soms is het inderdaad in het belang van het kind om hem even met rust te laten. Maar ik geloof dat je in de meeste gevallen toch veel kunt betekenen met een gesprek. In dit blog daarom wat vragen die je jezelf kunt stellen, naast de vraag of een gesprek misschien te belastend is voor dit kind, zodat je kunt komen tot een afgewogen besluit:

  • Wat zegt je twijfel over jou? Het feit dat je worstelt met wat in het belang is van het kind, vraagt ook reflectie op jezelf: tegen welk scenario zie je op? In hoeverre voel je je toegerust om dit gesprek te voeren? Welke van deze en andere factoren spelen mee in je besluit?
  • Wat zou het kind willen? Heeft iemand het kind zélf al gevraagd wat hij wil? Als je hem die vraag stelt, is het natuurlijk van belang dat hij weet van jouw betrokkenheid, wat je wel en niet voor hem kan doen en met welke intentie je met hem in gesprek wilt.
  • Hoe borg je de belangen en behoeften van het kind? Als jij het kind niet spreekt, hoe zorg je er dan voor dat zijn vragen, wensen en behoeften een plek krijgen in het plan of de afspraken? Is er iemand die het kind kan vertegenwoordigen of die wel met hem kan spreken? Wat kan het opleveren om het kind wel zelf aan het woord te laten?
  • Wat kan een gesprek opleveren voor het kind? Als een kind niet vrijuit kan praten, krijg je tijdens een gesprek misschien niet de informatie waar je op hoopt. Tegelijkertijd laat je wél zien dat je het belangrijk vindt om de tijd voor hem te nemen en ruimte te geven voor zijn inbreng. Wat voor jou een neveneffect is, kan voor het kind juist een groot verschil maken.
  • Welke boodschap geef je met je besluit? Hoe komt het over op het kind als je hem wel of niet aan het woord laat?Welk (on)bedoeld effect kan deze boodschap hebben op het zelf- en mensbeeld van het kind? En, een gewetensvraag: als dit kind over 10 jaar bij je op de stoep staat om opheldering te vragen, wat kun je hem dan vertellen over je besluit?

Als je kinderen maar af en toe spreekt, of letterlijk een enkele keer, kun je je als professional een ‘passant’ voelen, die geen belangrijke rol kan vervullen voor het kind. En misschien kun je ook niet zoveel doen als je zou willen. Maar, of je nu lang of kort bij een kind betrokken bent, iedereen kan één van degenen zijn in die hele moeilijke periode, die dit kind het gevoel gaf dat hij ertoe deed.   

Lezen wat Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer zegt over het betrekken van kinderen bij het proces van hulpverlening? Lees haar voorwoord in het Praktijkboek praten met kinderen over kindermishandeling

Delen:

Een reactie plaatsen