Niet verder vertellen!

25 mei, 2015

Kinderen die in een onveilige situatie opgroeien, hebben vaak moeite om volwassenen in vertrouwen te nemen. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer ze zich bovendien bewust zijn van eventuele gevolgen van het vertellen van hun verhaal. Dat kan ervoor zorgen dat ze zich nauwelijks openstellen. Of dat ze dat alléén doen als je geheimhouding belooft.

Soms heeft een kind al vanalles aan je verteld en weet je dat je daar wat mee moet. En dan, aan het eind van het gesprek, zegt het kind alsnog dat je het aan niemand mag vertellen. En al helemaal niet aan zijn ouders! Voor veel professionals is dit een lastige situatie. Want hoe kom je verder als je het verhaal niet mag delen? En als je het wél deelt, beschaam je dan niet het vertrouwen, dat je juist zo zorgvuldig had opgebouwd?

Tips voor het omgaan met een verzoek tot geheimhouding:

  • Neem de achterliggende angst serieus. Het kind vraagt je niet voor niets om geheimhouding. Geef aandacht door hier even bij stil te staan met het kind.
  • Vraag door op de angst. Het is raadzaam om daadwerkelijke risico’s in kaart te brengen. Het kind kan daarvoor een belangrijke informatiebron zijn! Vraag wat het kind denkt dat er kan gebeuren als de ouders erachter komen dat het met jou heeft gepraat.
  • Leg uit hoe het werkt. Om ervoor te zorgen dat het thuis veiliger wordt, heb je de ouders nodig. Als er niets gebeurt, verandert er niets. Als je inschat dat er (zoals in de meeste gevallen) geen sprake zal zijn van direct gevaar, kun je het kind uitleggen dat ouders vaak wel even schrikken, maar daarna meestal gewoon meewerken: zij willen óók dat het fijn is thuis.
  • Handel nooit op eigen houtje. Ga niet ‘standaard’ meteen in gesprek met de ouders. Zeker als je inschat dat er risico is op ernstig geweld, zoals bij seksueel geweld, eerwraak of Münchhausen by Proxy. Overleg dan altijd zorgvuldig met collega’s en de aangewezen deskundigen (Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, politie, gezinsvoogd) en maak een stappenplan.
  • Vraag geen toestemming, maar doe een belofte. In de meeste gevallen moet en kun je wel bespreekbaar maken wat het kind je heeft verteld. Ook als het kind daar na jouw luisterend oor en uitleg nog steeds tegenop ziet. Bespreek duidelijk met het kind wat je gaat doen, met wie en wanneer. Spreek af wanneer je er met het kind op terugkomt. Bespreek wat het kind in de tussentijd kan doen als het zich onveilig voelt en:
  • Kom je belofte na!

 Hoe ga jij om met een verzoek tot geheimhouding? Ik ben benieuwd! Deel je tips hieronder.

Delen:

4 gedachten over “Niet verder vertellen!”

  1. Ha Marike,
    Dank voor je heldere E-book en waardevolle tips op je blog.
    Ik ben zelf ook trainer en ‘praten met kinderen’ is een onderdeel van onze basistraining Meldcode.
    Vanuit die ervaringen ben ik op zoek naar meer info over en handvatten voor het praten met jongeren ( 16+) die op school, soms ernstige, verhalen vertellen over de thuissituatie, maar niet willen dat docenten contact opnemen met ouders. Gezien hun leeftijd moet een docent toestemming krijgen om met ouders in gesprek te gaan. Maar het spreekrecht gaat voor de zwijgplicht. Dit geldt toch ook voor docenten? Heb je aanvullende tips voor deze doelgroep en wat een ‘zuivere route’ is?
    Graag hoor ik van je.
    Groet,
    Maria Vermeulen

    • Dag Maria,

      Goed om te lezen dat je de reader en mijn tips waardevol vindt!
      Dank ook voor je vraag. Als ik je goed begrijp, ben je op zoek naar tips voor gesprekken met jongeren van 16+ die niet willen dat je met hun ouders in gesprek gaat. In dit en in andere blogs is daarover al wel e.e.a. te lezen (in het blog ‘En als het kind dat nou niet wil‘ vind je misschien ook tips die helpend zijn). Wat de overweging voor professionals lastig kan maken, is de leeftijd van het kind. Voor alle professionals die met de Meldcode te maken hebben (ook docenten dus), geldt dat zij verplicht zijn de Meldcode te volgen bij (vermoedens van) kindermishandeling. Dat betekent o.a. dat ze geen geheimhouding kunnen beloven als er sprake is of lijkt van een onveilige thuissituatie.

      Mijn ervaring is dat een jongere het meestal goed begrijpt dat ouders onderdeel zijn van een (weg naar een) oplossing. Zonder de ouders te betrekken, verandert er niets, terwijl dat ook door de jongere meestal wél gewenst is. Mijn advies is dan ook vooral om de weerstand van de jongere te onderzoeken: waar is hij bang voor? Wat kun je (gezamenlijk) doen om deze angst te verminderen? In sommige gevallen neemt het gevaar voor de jongere daadwerkelijk toe als de ouders betrokken worden. In zo’n geval geldt: eerst overleg met Veilig Thuis en een veiligheidsplan. In de meeste gevallen is er na de eerste emoties echter ruimte om samen te werken met zowel de jongere als de ouders.

      Is dit antwoord op je vraag?

      Hartelijke groet,
      Marike.

      • Ha Marike,
        Hartelijk dank voor je reactie. Het is zeker een antwoord op mijn vraag. Ik heb zelf ook al op deze lijn geantwoord, maar wilde even back up om er zeker van te zijn dat ik niets over het hoofd zie. De leeftijd geeft in deze context extra dilemma’s. Moeilijk voor de docenten om hier steeds de goede keuzes te maken.
        Groet,
        Maria vermeulen
        Trainer SGJ

Een reactie plaatsen